Platform ZijN en SMN organiseerden vorige week een expertmeeting over radicalisering onder moslims in Nederland. De insteek was om met een gemêleerd gezelschap van experts te zoeken naar oplossingen. Wat kan de rol van vrouwen zijn om radicalisering tegen te gaan. Wat kunnen de maatschappelijke organisaties doen en hoe kan de hulplijn, die SMN volgende maand lanceert, ook daadwerkelijk succesvol zijn?

“Het zou fijn zijn als tenminste 1 organisatie doorhad dat het onze burgers zijn die vertrekken.”

Die uitspraak deed Martijn de Koning, antropoloog en als onderzoeker verbonden aan de UVA en de Radboud Universiteit tijdens de expertmeeting.

De ‘inspirator’ van de avond, Martijn de Koning, geeft aan dat de betekenis van het woord radicalisering de nu bekende negatieve lading heeft gekregen na 9/11. “Hoewel het woord vrij staat van een dergelijke verbondenheid aan een bepaalde religie, wordt het vrijwel altijd gelinkt aan de islam. Radicaal-activisme vangt aan vanaf het moment dat mensenrechten van anderen worden aangetast. Of radicalen in Nederland werkelijk zijn toegenomen, weten we niet. Wat we wel zien, is dat radicalisme nu vooral zichtbaar is door de toename van geweld.” De antropoloog stelt dat ook radicale clubjes “hartstikke gezellig” kunnen zijn. Juist daarom moeten maatschappelijke organisaties volgens hem inspelen op de behoeften van jongeren, voordat radicale clubjes dat doen.

“Het benoemen van radicalisering en het erkennen en bespreekbaar maken van het onderwerp is belangrijk. “We moeten ervoor waken niet alles door de bril van ‘veiligheid’ te zien”, benadrukt de Koning.

“Maatschappelijke organisaties spelen met betrekking tot verbinding een belangrijke rol”, stelt sociaal- en tekstwetenschapper Ineke van der Valk, die onderzoek doet naar racisme en islamofobie aan de Universiteit van Amsterdam. “De rol van het maatschappelijke middenveld ligt ook in preventie.”

Aan verschillende organisaties ligt de uitdaging om jongeren aan zich te binden. “Wordt niet het verlengstuk van de overheid, dat schaadt enkel de vertrouwensband tussen de organisaties en de jongeren.” Hetzelfde werd nadrukkelijk gesteld in relatie met de hulplijn van SMN.

Stella van de Wetering (docent UVA) merkte op dat vrouwen de positie hebben om zaken bespreekbaar te maken. Bewustwording en inzicht in hun rol is nodig. “Zij hebben een verbindende rol in de samenleving, die kan veel beter benut worden.”

Reacties

comments